Betoog

Wij, VMBO-docenten, sluiten onderling aan het begin van elk schooljaar stiekem weddenschappen af. Op de eerste maandag na de vakantie zitten we zelfingenomen en besmuikt in de theaterzaal, waar we vanachter onze kartonnen bekertjes smerige koffie steelse blikken werpen op de ‘nieuwe lichting’. “Ik zet een tientje in op die met die corduroy broek, die redt ‘t niet eens tot de herfstvakantie,” fluistert iemand in mijn haar. Ze heeft gelijk, hij heeft t niet. Type Meneer Foppe van Wim de Bie, maakt geen contact, schuifelt door de ruimte en gaat rechts bij het raam zitten. Hij wordt binnen de kortste keren opgevreten. Hopen voor hem dat hij niet bij Techniek hoeft. “Oke, deal. Maar, zie je die op twee uur? Jong, blote voeten, pony? Zij gaat Kuipers uit de vakgroep wippen, ze kijkt nu al beter uit haar ogen. Fles wijn. Ssst, hij wil beginnen….deal…wel Chablis dan.” 

Oké, ik geef het toe, het is niet chique en misschien ook cynisch en gemeen. Maar helaas is de harde waarheid dat er schooljaren zijn waarin een derde van de nieuwe docenten gillend weg is gerend, thuis zit met een burnout of elke dag met pijn in de buik naar school komt. Die laatste categorie heeft meestal een heel hoge hypotheek en een reïntegratietraject aan de broek. En als iets heel erg is, kun je er beter maar grappen over maken. 

Er zijn ook schooljaren waarin we parels binnenhalen. Knappe en bezielde mensen met oog voor ‘onze’  leerlingen, die zich vanaf de eerste week thuis voelen op de drukke gangen. Die zich vol overgave storten op de onmogelijke opgave alles in het eerste jaar te weten te komen. Net teveel drinken in het docentenhuisje op brugklaskamp en de smerige koffie leren waarderen. Van die jaren en die mensen houd ik echt.

Wij VMBO-docenten vangen op feesten en partijen vaak instant respect. “Echt?! Op VMBO?! Met van die pubers? Meen je? Nou, dat lijkt me vreselijk. Wat knap dat jij dat kan.” Als mijn man en ik, hij werkt op dezelfde school, dan ook nog zeggen dat we het leuk vinden, hoeven we de hele avond niet meer zelf naar de bar.

Het is ook knap wat we doen. Door mijn werk als trainer zie ik collega’s aan het werk die pure kunst bedrijven met hun leerlingen. En dat de hele dag door en steeds in slechts 45 minuten. Maar het is vooral echt heel leuk. Ik vraag me dan ook af waarom het nog steeds zo moeilijk is om goede docenten te vinden voor onze leerlingen. 

Onze leerlingen zijn de aanstormende zorgkanjers waarvoor geapplaudisseerd kan worden, de knip- en kaptalenten die tijdens de lockdown toch echt onmisbaar bleken. Het zijn de monteurs en aannemers die nergens meer te boeken zijn. De mensen die je baby liefdevol opvangen, aan je bed staan als je moet sterven. Soms zijn het laatbloeiers of semi-professionele sporters, maar ook gewoon luie lichamen met lange ledematen en giechelende muurbloempjes. En sinds 2014 zijn onze leerlingen ook de leerlingen die vroeger naar het VSO gingen. Door Passend Onderwijs, Zorgplicht en Maatwerk hangt het budget wat die leerlingen zo hard nodig hadden vrolijk aan de strijkstok en proberen samenwerkingsverbanden en schooldirecties zo goed mogelijk de verantwoordelijkheden over die Zorgplicht en te bieden Maatwerk bij elkaar af te schuiven. Zo zijn onze leerlingen overgeleverd aan de pedagogische talenten en vaardigheden die nodig zijn om zo’n diverse groep tot ontwikkeling te laten komen. Laat dat nou precies de reden zijn waarom meneer Foppe het niet eens redt tot de herfstvakantie. 

Jong, blote voeten, pony wel. Zij heeft het: open blik, straalt zelfvertrouwen uit, gretig op zoek naar verbinding en dat wat niet benoemd kan worden…de X-factor.

Na bijna 12 jaar VMBO-onderwijs ben ik het een beetje zat dat wij VMBO-leerlingen en docenten het moeten doen met hopen op nieuwe docenten met de X-factor. Ergens gaat iets heel erg mis. Maar liefst zestig procent van de Nederlandse pubers krijgt een VMBO-advies en toch moeten we het vaak doen met mensen die vanaf de lerarenopleiding niet standaard uitgerust zijn met de X.

Dat is waarom ik deze Masteropleiding wil doen. Ik wil een ingang, een papiertje, een netwerk ontwikkelen. Ik wil dat op elke lerarenopleiding lessen wordt gegeven, methodes worden ontwikkeld en boeken worden geschreven die gericht zijn op het onderzoek naar de juiste manier van lesgeven aan VMBO’ers. Ik wil dat lesgeven op het VMBO hip wordt en tot een kunst wordt verheven. Ik wil mee op de stroom van verandering en herwaardering van ons onderwijs na de lockdowns. De focus van didactiek verschuiven naar pedagogiek. Ik wil af van de angst voor gedrag en meer begrip ervan. Uitleg geven over zorgstructuren en juist signaleren. Ik wil een betere samenwerking met jeugdzorg en gemeenten doordat docenten op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Ik wil focus op wederzijds begrip en waardering tussen leerling en docent, focus op leerproblemen, motivatieproblemen, gedragsproblemen en handelingscontroleproblemen.  Al die dingen zijn veel belangrijker als VMBO-docent dan te kunnen uitleggen hoe je een hoek berekent! 

Natuurlijk is didactiek belangrijk, maar voordat je daar aan toe komt in het VMBO moet er eerst wat anders gebeuren. Eerst moet sprake zijn van een gezonde relatie tussen docent en leerling, waarbij onder andere uit dit onderzoek https://pure.tue.nl/ws/portalfiles/portal/80915502/20171117_Want.pdf blijkt dat niet alleen de leerling, maar ook de docent bereid moet zijn naar zichzelf en zijn gedrag te kijken.  Hans Kaldenbach speelt hier heel leuk op in door in zijn geestige boeken zoals Korte lontjes en Lastige ouders, moeilijke leerlingen voorbeelden uit de praktijk te geven en handelingsadviezen aan te reiken. Maar wat nou als die tactiek jou als docent niet ligt? Ga je dan de tekst uit je hoofd leren? Vanuit mijn werk als theaterdocent weet ik dat woorden congruent moeten zijn aan gedrag en gevoel, dan pas komen ze over. 

Brene Brown heeft mijn hart gestolen met haar boeken waarin ze de kracht van kwetsbaarheid linkt aan het vermogen tot het aangaan van intermenselijke verbinding. Ze deconstrueert het onvermogen daartoe tot de belemmerende emoties angst en schaamte en biedt handvatten om bestand te raken tegen schaamte en angst. Ook besteedt ze veel aandacht aan de term ‘belonging’ ofwel ergens thuishoren. Ook dit gevoel zou bijdragen aan het vergroten van het vermogen te verbinden met anderen. Jitske Kramer heeft de behoefte aan dit gevoel vermarkt en met behulp van antropologische lessen een trainingsprogramma geschreven en o.a. het boek Building tribes uitgebracht. Ik zag haar spreken op de Conferentie Jong geleerd van De Amsterdamse klas en was meteen geïntrigeerd.

Ik weet bijna zeker dat de vaardigheden en de methode die ik beheers als Dramadocent en kenmerkend zijn voor kunstonderwijs in het algemeen, ergens een link heeft of zelfs de sleutel is tot het ontwerpen van een leerlijn, training of methode die bovenstaande literatuur kan integreren in het het vergroten van verbinding tussen docent en leerling en dan in het bijzonder voor het VMBO.

Mijn vragen voor de aankomende twee jaar zullen zijn:

  • Is er behoefte aan meer kennis en vaardigheden over het VMBO-onderwijs bij beginnende docenten?
  • Ligt angst en schaamte vaak ten grondslag aan een verstoorde relatie tussen docent en leerling?
  • Klopt het dat het gevoel van niet thuishoren op school in de weg staat tot verbinding?
  • Kunnen bovengenoemde boeken iets bijdragen aan het creëren van mijn methode/leerlijn/training?
  • Wie zijn er meester in het maken van verbinding en kan ik dit gedrag concreet benoembaar maken?

Goed, na het lezen van bovenstaande zal meteen duidelijk worden dat de manier waarop mijn wensen en dromen zich aandienen, doorgaans nogal megalomaan is. Dat is dan ook meteen mijn valkuil. Maar zoals dat gaat, zit daar ook mijn kracht en mijn stijl. Ik kan en wil alleen leren en bewegen als ik ergens helemaal in kan duiken, bergen kan verzetten en ontzettend hard kan knallen. Zo maak ik voorstellingen met mijn leerlingen en zo geef ik les. Het doel voor ogen en dan volle bak gaan, niets is te gek. Ik zou hierin meer moeten doseren of juist doceren, het is maar wie je het vraagt. Ik weet in elk geval dat mijn hart klopt voor het (VMBO-) onderwijs en dat ik hierin nog meer wil betekenen dan ik al doe.

%d bloggers liken dit: