Portretten

Vanaf het moment dat ik startte als trainer bij de interne academie, ben ik begonnen met het schrijven van portretten over collega’s. Om vooral de focus te leggen op de kwaliteiten die we in huis hebben. Want, wat aandacht krijgt groeit. Hieronder een selectie:

Het eerste portret gaat over Marcel Thomas, de man die eigenlijk deejay was. Een meester in het gastheerschap, die precies de juiste plaatjes draait om zo zijn les tot een klein feestje te maken. ‘Want’, zo zei hij zelf na afloop van de les, ‘kinderen leren pas als de sfeer goed is’. 

De man die eigenlijk deejay was.

Ik kom binnen in A104 terwijl Hazes uit de speakers tettert. “Dit is dus Hazes, die Engels zingt, wat hij eigenlijk nooit doet, grappig wel hè?!”  Ik zie een groepje slungelige jongens, wat handbalmeisjes en hier en daar een geblesseerde spijkerbroek op blote voeten, die hem een kort ogenblik, niet begrijpend aanstaren. Of ik even mag kijken. “Jazeker! Juist!” Hij lacht.

Ze oefenen met hoogspringen. “Iedereen die dit haalt, haalt een 6!”, roept hij met toepasselijke veldstem over het geluid van 2 Brothers on the 4th floor heen, want Helmer mocht kiezen. Daar komt een lange, roodharige kanjer met een bloedvaart op de trampoline af, zet af en springt met zwaaiende ledematen veel te hoog over het touw. De kanjer acteert onverschilligheid, maar werpt stiekem een blik om zeker te weten dat hij gezien is. Met een nonchalante “Hoppa, lekker hoor!’’ kan hij tevreden achteraan de rij aansluiten.

Eén van de spijkerbroeken op blote voeten vindt een zes wel voldoende en gaat naast me op de bank zitten. Nu is zij deejay. “Robbyyyy, jij gaat een tien halen vandaag, ik voel het!’’ Ook Robby acteert, blijkbaar is dat de mores bij LWT, maar ik zie hem groeien. Mijn onderbuik vertelt me dat er in Robby’s jonge leven nog maar weinig mensen waren die van hem verwachtten dat hij een tien zou halen. DjeeDjee springt. Het touw blijft om zijn nek hangen. “Als dit tijdens je geboorte was gebeurd, was je de Sjaak man”. Iedereen lacht. “Je hebt nog geen verkering, toch?” vraagt hij op het moment dat DjeeDjee deze keer met zijn zaakje aan het touw blijft hangen. DjeeDjee lacht een brede glimlach en lijkt dankbaar voor de manier waarop ook deze blunder heerlijk luchtig wordt gemaakt. 

Tijdens de honderd minuten waarin ik op de bank zit, valt er geen onvertogen woord. Ik zie blije jongens en meisjes die proberen het beste uit de les te halen in afwachting van een nieuwe grap of compliment. Demi haalt een acht, wat knap is met haar knieën en de rooie kanjer een negen. En terwijl Boef rapt over tik-tokkende Roley’s haalt Robby een tien. Daar wordt ogenschijnlijk niet belangrijk over gedaan. Maar, ik weet zeker dat als Boef dezelfde LO-docent als Robby had gekend, dat hij zou rappen over hem. De man die eigenlijk deejay was en hem en zoveel anderen heeft geleerd te geloven in zichzelf, dat je tienen kunt halen door met plezier en in vertrouwen te leren en natuurlijk dat Hazes ook in het Engels zong.

Anouk de Jager

d’Academie

Het tweede portret gaat over Janet van Dijk. Een pedagoge pur sang, die met haar zachte stem, rust en goeie grappen leerlingen uitnodigt tot groei, door te mogen falen in een warm bad van positiviteit en schijnbaar onvoorwaardelijk vertrouwen. 

Wolkenwereld

Het is licht en stil. Ik ben stilletjes, iets te laat, binnen geslopen. Van het nationaal schoolontbijt dat hier tien minuten geleden heeft plaatsgevonden, valt geen spoor meer te bekennen. Ze knikt naar me met een glimlach en het voelt alsof ik aan de tafel van een warm huis word uitgenodigd. Ik mag ook aanschuiven. We hebben het over aardkorsten enzo. Met twee boeken beeldt ze uit hoe de platen tegen elkaar omhoog schuiven, ‘en dan heb je de Himalaya.’ Iedereen luistert ademloos, er heerst een sfeer van totale ontspanning en vrede, als op de top van de zojuist uitgebeelde berg. Ik bedenk er zelf een harp en een naakt cherubijntje bij. 

Tijdens het verhaal  over de aardkorsten zie ik een jongetje driftig in zijn boek bladeren; hij heeft geen idee. Ze ziet hem. Loopt erheen en wijst de pagina aan. Zonder tekst. Zonder met het verhaal te stoppen.‘O  ja, net als puistjes!’, zegt een meisje. Ja, heel goed, dat was bij een vulkaanuitbarsting. 

(Oke. Ho ho. Stop. Er woont een monster in mij, ze heet Ursula. Ursula duikt af en toe op als ze denkt dat ze geroepen wordt. Ze is heel lelijk, geeft ongevraagd advies en veroordeelt mensen graag. Ze vreet als een bouwvakker, zuipt als een besnorde KVM-docent en is bovendien dodelijk cynisch. Echt een rotwijf, ik haat haar ook. Maar goed,  ze is er. Terwijl ik bij Janet in de les zit, lurkt Ursula één van haar tentakels om mijn anders zo blanke hart en zegt: ‘Ja hoor! Die gast wist gewoon niet op welke bladzijde we waren en we hadden het helemaal niet over vulkanen, maar over aardkorsten en de hima fokking laya! Je hep gewoon niet opgelet, scharminkel! Waarom zegt Janet hier niets over?! En staat daar nou zo’n ouderwets belletje op tafel? Alsof die kinderen daar naar luisteren?! Dit gaat toch niet werken.)

Ze vertelt verder en beweegt mee. ‘Wat nou het verschil is tussen lava en magma’, vraagt ze. ‘Denk allemaal mee hè, jongens’. (Gaan ze echt niet doen) Bijna de hele klas steekt een vinger op, heel hoog of ze opstijgen in deze zachte witte wolkenwereld. ‘Denk goed na, je moest het toen tekenen.’ Iedereen wil het antwoord geven. ‘In de vulkaan heet het lava en uit de vulkaan heet het magma!’ Een klein meisje met een vlecht geeft het antwoord als ze de beurt wint. ‘Ja, heel goed geprobeerd, het is precies andersom’. Het meisje kijkt blij en tevreden met haar poging. (#@!!&8??????WAT????!!!!) ‘Het is eigenlijk gewoon hetzelfde, de aardkern, is gewoon om ons te irriteren, denk ik, dat ze het anders noemen.’

Alle leerlingen knikken instemmend en zijn blij dat ze erkend worden in hun lot. ‘Ze willen ons gewoon irriteren, gemeen hè?!’, denken ze naar elkaar. Want, er wordt nog steeds niet gepraat. Ze test hun kennis over topo en vraagt naar leerstrategieën. ‘Hoe zou jij dat nou doen? Schrijf een manier op die bij jou past’. Ze halen hun atlas terwijl ze rustig door de klas lopen. Er worden vragen beantwoord en kaarten bestudeerd en wanneer er een stift door de lucht haar kant op vliegt, vraagt ze lachend of dit een aanslag was. De dader gniffelt zenuwachtig en opgelucht in haar kraag. De klas lacht. Ik duw Ursula hardhandig terug in haar natte hol en besluit dat ik hier wil wonen, aan de keukentafel. En dat ik dan ook complimentjes krijg over alles wat ik fout deed, maar wel goed probeerde.

 Ze vertelt me later dat ze elk jaar opnieuw investeert in de relatie met haar leerlingen en dat stemverheffing en straf geven daar gewoon niets positiefs aan toevoegen. Tegenover elk punt van kritiek, stelt ze tien complimenten. En hoewel ik zeker weet dat ik geen straf krijg, vertel ik haar niets over Ursula. Ik schaam me nog te erg.

Anouk de Jager

d’Academie

Het is alweer een tijdje geleden dat ik de les van Gertruud bezocht en hoewel ik ontzettend onder de indruk was van haar les duurde het even voordat ik kon duiden, laat staan opschrijven, waarom. Nu, in de stilte van een leeg huis met om mij heen de sporen en nimmer aflatende rotzooi van opgroeiende jongens, begrijp ik het ineens. Ik werd daar in lokaal A308 geraakt, emotioneel, recht in m’n moederhart. En dan duurt het even voordat er woorden komen. 

Al vanaf de geboorte van mijn oudste, maak ik me voortdurend zorgen om mijn jongens. Niet altijd groot of hardop, maar ergens in mijn binnenste smeulen altijd gedachten als: Wat nou….? Als ze straks groot zijn en heul erg gaan puberen? Als ze mij dan een trut vinden? Als ze niet gelukkig zijn? Ze niet hun best doen op school? Als ze gepest worden of in elkaar geslagen? Verslaafd raken? Heel veel acne? Eenzaam? Verdrietig? In de goot? En wat nou als dat allemaal komt door dat ene wijntje wat ik toch heb gedronken in de tiende week van de zwangerschap??!! Het is werkelijk niet te doen. 

Voor moeders en vaders zoals ik, is er Gertruud. Mocht je het even niet zien zitten: Gertruud. Als de wanhoop aan je trekt, met een brok in je keel en een knoop in je maag, ga dan naar Gertruud in plaats van Kaandorp. (https://www.youtube.com/watch?v=c82imLrELzU

Ze zal vast niet voor je zingen, maar ze biedt hoop. Hoop op dat het allemaal wel goed komt met die jongens. En troost, omdat er docenten zijn zoals zij, die een hok vol stinkende puberjongens omtovert tot een warm en degelijk nest, waarin verdorie knalgoed wordt lesgegeven. Waarin geen ruimte is voor pretentie of populair gedrag, maar respect en aandacht voor dat wat er werkelijk toe doet: jouw kind. Of in dit geval: de leerling. Als deze jongens hun examen niet halen, eet ik m’n hoed op. Tot dan slik ik mijn tranen in en neem ik mijn pet af voor deze vrouw. 

Baibaan

Op een woensdag kom ik binnen in lokaal A308 en tref een hok vol uit de kluiten gewassen jongens. Er klinkt geroezemoes omdat ik later ben dan zij. ,,Wie bent u, een nieuwe?”, klinkt er in plat West-Fries. ,,Dit is mevrouw De Jager en die komt kijken hoe ik lesgeef, hopelijk maar een uurtje, want ik heb er een verschrikkelijke hekel aan.” ,,Dan gaan we extra irritant doen, poogt er een in gigantische laarzen met stalen neuzen. Ik ga achter in het lokaal zitten en zet me schrap voor de totstandkoming van deze belofte. 

,,Goed”, klinkt er. Dat woordje goed lijkt een Pavlov effect te hebben op de mannen, ze zijn direct stil. Ze vertelt, heel precies wat er tijdens het aankomende blokuur gaat gebeuren. De gordijnen zijn dicht en er ligt geen ipad op tafel. Iedereen kijkt naar het digi-bord en niet uit het raam aan de andere kant waar meisjes door de gang lopen. Meisjes!  

De Kader jongens gaan lezen en de Basis-jongens krijgen uitleg. Er is er nog een die MBO doet en een ander boek heeft en een met dyslexie, hij mag oortjes en een ipad. 

Ze begint te vertellen aan de Basis-jongens. Haar stem is duidelijk, maar zacht en warm en toch gearticuleerd. Tuffie Vos zou hier nog een puntje aan kunnen zuigen. ,,Jullie gaan een artikel schrijven over zwerfafval, aan de hand van een filmpje.” En ze doet uit de doeken hoe ze dat, per alinea, moeten doen. Onderwerpen en deelonderwerpen, alles wordt zorgvuldig en geduldig uitgelegd, herhaald en gechecked. Ze mogen veilig aan haar hand.

Ondertussen zie ik hoe de Kader-jongens met hun enorme ledematen om hun tafel of stoel gekruld zitten en zich concentreren op de informatieve tekst over de voor- en nadelen van het hebben van een bijbaan. Sommige kauwend op een pen, anderen met enorme handen wrijvend op hun opgeschoren achterhoofd, maar allemaal diep in hun tekst verzonken. Ik krijg het vermoeden dat ze er allemaal heel goed van doordrongen zijn dat dit zeer belangrijk werk wat ze hier doen. Voorbereiding op het examen, een diploma, het echte werk. Sommigen vinden het moeilijk en zuchten bij het lezen, bij anderen staan diepe denkrimpels in het voorhoofd. Het heeft iets vertederends, alsof ze hun imago op de gang hebben laten staan. Van de belofte om extra irritant te gaan doen komt dus niets terecht; totaal onnodig.

,, Ga je nu dan ook echt schrijven?’’, vraagt ze aan een van de basis-jongens die nog even tijd rekt door in het luchtledige te staren. ,,Dat zal wel moeten, denk?!, zucht hij. ,,Ja, dat moet” glimlacht ze terug. Hij buigt zich zwaar voorover en begint grote hanenpoten op zijn werkblad te krassen. Tong uit z’n mond, pen goed vast.

,,Hebben jullie het materiaal gelezen?’’ De Kader-jongens kijken op en knikken ja. Ze start haar uitleg en vertelt over signaalwoorden, eigen mening en alinea’s. ,,Met welk woord mag je nooit beginnen?’’ ,,Ik”, roep ze in koor. Daarna beginnen ook zij driftig te pennen. De dyslectische jongen heeft blijkbaar de verkeerde tekst geluisterd en mag bij haar komen zitten; ze gaat hem voorlezen. Terwijl hij naar voren loopt vraagt ze her en der: ,,Heb je het begrepen?’’ Een belangrijke vraag, maar belangrijker nog: sommige jongens durven nee te zeggen. Blijkbaar is het veilig genoeg en bovendien de moeite waard om aan te geven dat iets niet begrepen wordt. Dan krijg je namelijk extra aandacht. Als je dyslectisch bent zelfs een kwartier!

Tijdens het voorlezen doet er eentje onderzoek bij z’n klasgenoten. ‘’Hej jai een baibaan?’’, vraagt hij aan vijf verschillende jongens. Nu wordt er wat heen en weer gepraat over Deen en krantenwijken en er roept er iemand ejaculeren, want dat moet. Er wordt zachtjes gelachen en daarna weer geschreven, want het is bijna tijd en niemand wil huiswerk. ,,Moet het echt met hoofdletters en punten enzo?’’, klinkt het nog vanuit de Basis-hoek. En ,,Hoe skraif je de hofdletter J?, vraagt die met de stalen neuzen’’ ,,Als die maar groot is’’, antwoordt ze lachend en ze schrijft er een op het bord. En met een stralend en trots gezicht zegt hij: Koik, ik doe een heule lange!’’

Als de bel gaat, maak ik dat ik wegkom en op de trap moet ik lachen, want als je in de vierde klas nog trots mag zijn op je hele lange J dan komt het echt allemaal, allemaal heus wel weer goed. Dankjewel, Gertruud. ❤

Anouk de Jager

d’Academie

%d bloggers liken dit: